A. 2c,§45
Boek Openbaring §4,5, In de Hemel: Lam van God
Shalom!
^ Als christenen zijn we geroepen om kinderen van God te worden, waarmee wij samen met Christus erfgenamen worden (Rm. 8:17).
Gebed van hen die God willen aanbidden in Geest en in Waarheid (Joh. 4:24), Bert
1-7S: De meest opwindende momenten van de mensheid worden beschreven in het vijfde hoofdstuk van Openbaring. Niet voor niets weende de apostel Johannes heel erg. Er was niemand in de hemel, of op aarde, of onder de aarde, waardig om de boekrol in Gods handen, die verzegeld was met zeven zegels, te openen (Opb. 5:1-4).
Johannes wist, net als iedereen daar, dat deze boekrol van vitaal belang was voor hem en zijn spirituele broeders en zuster. De hele schepping zou verloren zijn! Maar er was iets geheim gehouden, zoals een van de ouderlingen hem vertelde, Opb. 5:5, <"Ween niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken.">
¤ En plotseling, te midden van de troon en de vier dieren, en te midden van de oudsten, stond een Lam wat geslacht leek te zijn, met zeven horens en ogen (Opb. 5:6a).
Toen Jezus Christus was gekomen om gedoopt te worden door Johannes de Doper, had deze getuigd en uitgeroepen, Joh. 1:29b, <"Zie het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt! ….">
¤ Hij had gezeten op Gods troon aan de rechterhand van de Kracht (bijv. Mat. 26:64).
Toen Hij kwam en de boekrol nam, wierpen de aanwezigen zich voor het Lam neer en zongen een nieuw lied over mensen uitgekozen om toekomstige koningen en priesters te zijn (Opb. 5:7-9), Opb. 5:9b, <"…. want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie. ....">
¤
¤ Nadat Adam (en Eva) hadden gezondigd, werd hun het recht om eeuwig te leven ontzegd (Gen. 3:22).
Op deze manier had de overtreding van deze man (en vrouw) veroordeling voor de hele mensheid gebracht. Maar toen, tweeduizend jaar geleden, maakte de gehoorzaamheid van een andere man velen rechtvaardig (Rm. 5:15-19)!
¤ Tijdens Zijn bediening had Jezus Christus gezegd dat je geen leven in jezelf hebt, tenzij je Zijn vlees eet en Zijn Bloed drinkt. Velen van Zijn discipelen hadden het niet begrepen en waren daarom vertrokken (Joh. 6:53, 66).
Maar op het einde van Zijn menselijke leven vierde Hij het Pascha Avondmaal met Zijn discipelen, en legde Hij alles uit, Lk. 22:19-20: <"Dit [gebroken brood] is Mijn lichaam, voor u gegeven; doe dit tot mijn gedachtenis." 20. Evenzo nam Hij de drinkbeker na de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe verbond in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt. ….">
¤
¤ Het evangelie spreekt over een schaap dat naar de slachtbank werd geleid (Jes. 53:7-8; Hand. 8:26-39).
Hij is, 'Jezus Christus, de getrouwe Getuige/Martelaar',a) Opb. 1:5-6, <de Eerstgeborene uit de doden,b) en de Vorst van de koningen der aarde.c) Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed,d) 6. en Die ons gemaakt heeft tot koningen en priesters voor God en Zijn Vader,e) Hem zij de heerlijkheid en de kracht in alle eeuwigheid. Amen. >
a) Jezus Christus was bereid geweest om Zijn gelijkheid met God op te geven, om aan de mensen gelijk te worden en om in alles gehoorzaam te zijn aan Zijn Vader, tot de dood van het kruis (Filip. 2:5-11; Opb. 5:11-14).
b) Jezus Christus en God zijn dezelfde God die alle dingen heeft geschapen (Opb. 4:11), Kol. 1:15-18, <Hij [De Zoon] is het Beeld van de onzichtbare God, de Eerstgeborene van heel de schepping. 16. Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. 17. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem. 18. En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.>
c) Hij is de Koning der koningen en de Heer der heren. In het begin van het duizendjarig rijk zal Hij eerst de heerschappij van alle volken verbrijzelen en hen daarna met een ijzeren scepter weiden (Dan. 2:44-45; Opb. 12:5; 19:11-16), 1Kor. 15:22-24, <Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. 23. Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst. 24. Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan.>
d) De schepping wacht in vurige verwachting op de openbaring van hen die geleid worden door Gods Geest (Rm. 8:4, 8:9-19), 1Pet. 2:20b-21, <Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u goeddoet en daarvoor lijdt, is dat genade bij God. 21. Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen;>
e) Na de eerste opstanding zullen zij/wij regeren in het volgende duizendjarige koninkrijk, en hierna (Opb. 20:4-6), Opb. 22:5b, <En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.>