Ga naar de inhoud

A. 2a,§45 - Boek Openbaring, Uitgelegd

Menu overslaan
Klik:
Klik:
Menu overslaan

A. 2a,§45

Boek Openbaring §4,5, In de Hemel: HEMEL
Shalom!
^ Het zoeken en doen van Gods Wil zou het belangrijkste zijn dat iemand in zijn leven kan doen (vgl. Mat. 7:21).
Gebed van hen die een mooie krans/kroon willen zijn in de hand van de HEERE, Bert

¤ Het vierde en vijfde hoofdstuk van Openbaring zouden meer zijn dan aha-onderwerpen. De hemel is voor ons geopend!
De plaats waar God is!! Waar Hij op Zijn troon zit (Opb. 4:2-3)!!
¤ Eens had Jezus aan Petrus geantwoord wat betreft Johannes, Joh. 21:23, <"Als Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan?">
Op deze manier werd aan Johannes, als de enige nog levende apostel van Jezus, getoond wat er zou gebeuren in de eeuwen van de gemeenten (Opb. 1-3), en de tijd daarna, Opb. 4:1, <Hierna zag ik, en zie, {er was} een deur geopend in de hemel. En de eerste stem die ik als van een bazuin met mij had horen spreken, zei: "Kom hier, omhoog, en Ik zal u laten zien wat hierna moet geschieden.">
¤ De stem was nog steeds de bazuinstem van Jezus (Opb. 1:10).
Als de eeuwen van de gemeenten helemaal voorbij zijn en de laatste bazuin klinkt, zullen de gelovigen worden opgenomen in de hemel, zoals gebeurde met de apostel Johannes (vgl. 1Kor. 15:50-53; 1The. 4:13-5:2).
¤
¤ Een regenboog wordt gezien rond Gods troon (Opb. 4:3b).
Het is het teken van het Verbond van Jezus {vgl. Gen. 9:8-17; Mal. 3:1b (ook 2b§45)}.
¤ In de nabijheid van de troon van God zijn 24 eerbiedwaardige gelovigen te zien die tronen hebben verkregen, Opb. 4:4, <En rondom de troon {stonden} vierentwintig tronen. En op de tronen zag ik de vierentwintig ouderlingen zitten, bekleed met witte kleren, en met gouden kransen/kronen op hun hoofd.>
Dit zijn geen engelen. Engelen hebben geen kronen en geen tronen. Het zijn mensen die gekocht zijn met het Bloed van Jezus Christus (Opb. 5:8-10).
¤ Ze waren als slaven gekocht. Elk van hen had echter een krans/kroon! Evenzo, als wij winnen, zullen we bijvoorbeeld de krans/kroon van het leven ontvangen (!), Opb. 2:10b-11, <Wees trouw tot {in} de dood, en Ik zal u de krans/kroon van het leven geven. 11. Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint, zal zeker geen schade toegebracht worden door de tweede dood.>
Deze ouderlingen hadden in hun leven zeer goed begrepen, waar zij vandaan kwamen en waar zij hun overwinningskracht hadden ontvangen, Opb. 4:10-11, <de vierentwintig ouderlingen wierpen zich neer voor Hem Die op de troon zat, aanbaden Hem Die leeft in alle eeuwigheid, en wierpen hun kransen/kronen neer vóór de troon en zeiden: 11. U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen.">
¤ Wie in dit leven een mooie kroon wordt in de hand van de HEER, zal ook in de toekomst er een ontvangen(vgl. Jes. 62:3).
De apostel Paulus noemde de mensen die hij naar Christus had mogen leiden, zijn krans/kroon (Filip. 4:1)
¤ Tronen hebben ook jurisdictie, zoals te zien is in het duizendjarig rijk (Opb. 20:4).
En op het einde komt ieder mens voor de Troon van Gods Oordeel te staan (Opb. 20:11-15).
¤ Toen Johannes alles opschreef, was er nog het tijdperk van de Genade. Maar in het beeld van het vierde hoofdstuk kwamen bliksemstralen, stemmen en donderslagen van de Troon van God (Opb. 4:5a).
Het vertelt over het tijdelijke Laatste Oordeel van God aan het einde van de zevende en laatste bazuinperiode {Opb. 11:15-19 (ook 8e§89₁156)}, Opb. 11:19, <En de tempel van God in de hemel werd geopend en de ark van Zijn verbond werd zichtbaar in Zijn tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel.>
¤
¤ Van de vierentwintig ouderlingen zijn er twaalf apostelvertegenwoordigers van de gemeenten uit de heidenen, Mat. 19:28, <En Jezus zei tegen hen: "Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen. ….">
En twaalf vertegenwoordigen het volk Israël. Vanaf het begin zijn ze een volk van twaalf stammen geweest (Gen. 37:9-10).
¤ Uiteindelijk zullen zij allemaal deel uit maken van het Jeruzalem van de Nieuwe Hemel en de Nieuwe Aarde, Opb. 21:12-14, <Zij [de stad] had een grote en hoge muur met twaalf poorten, en bij die poorten twaalf engelen. Ook waren er namen op geschreven, namelijk van de twaalf stammen van de Israëlieten. 13. Drie poorten op het oosten, drie poorten op het noorden, drie poorten op het zuiden, en drie poorten op het westen. 14. En de muur van de stad had twaalf fundamenten met daarop de twaalf namen van de twaalf apostelen van het Lam.>
God zegene u, pelgrim, Opb. 21:7, <Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn.>

Terug naar de inhoud